Moeizame start
De gecombineerde raadscommissie op 6 oktober, voorgezeten door Jeroen Slot van het CDA verliep stroperig en moeizaam voor wat betreft het agendapunt “raadsvoorstel voor de basisscholen in Buurse en Isidorushoeve. Het voorstel had betrekking op nieuwbouw respectievelijk renovatie van de basisscholen (inclusief medehuur van de BSO’s) in Buurse en de Hoeve. Totale investeringsomvang bijna 10 miljoen, omdat de verantwoordelijkheid voor nieuw- en verbouw nu eenmaal wettelijk bij de gemeente ligt: de “nieuwe” scholen (nieuwbouw voor de Hoeve, renovatie voor Buurse) vragen om een investering van respectievelijk 4.7 en 4.6 miljoen. Dat geld wordt dus geleend en met rente over 25 of 40 jaar terugbetaald. De huur wordt dan betaald aan de gemeente door de scholen. Het is gebruikelijk, dat dit soort voorstellen eerst in de raadscommissie voorbesproken wordt, waarna besloten wordt of het een hamerstuk of een bespreekstuk in de gemeenteraad wordt of nog niet rijp voor bespreking in de raad wordt geacht. Tot het laatste besloot dus de raadscommissie, want de meerderheid (CDA, Team DAP, VVD en D’66) beoordeelde het voorstel van wethouder Looman als “niet duidelijk en volledig genoeg voor bespreking in de raad”. Ik ga hier nu niet het hele voorstel inhoudelijk behandelen, daar is een column niet geschikt voor. Maar hoe dan ook was de raadscommissie niet tevreden over de onderbouwing: de financiën waren niet altijd of duidelijk toegelicht, er waren te veel onzekerheden met betrekking tot de prognoses van de leerlingenaantallen, de looptijden voor de leningen leken onzeker, de samenwerking tussen schoolbestuur (Keender) en BSO zou niet financieel geborgd zijn en de participatie met belangenverenigingen was niet voldoende en in elk geval niet bekend bij de raad. Wat het laatste betreft wil een groot deel van de raad in elk geval rechtstreeks afstemmen met de belangenverenigingen en niet afgaan op een door Looman brief, waarin de verenigingen vertrouwen zouden hebben vastgelegd in de plannen van het college. Kortom: er was niet voldoende vertrouwen in de totale financiële onderbouwing en argumentatie van het plan en in de afstemming met de belangenorganisaties. Hoewel mw. ten Dam van de Stichting Keender bij haar inspraak juist over die afstemming hoog opgaf. Kortom: het was een raadscommissie, die nog eens bevestigde hoe moeilijk democratie soms kan zijn. En hoe onduidelijk vakjargon en emoties om voorrang in de discussie dringen. Wie de vergadering gevolgd heeft zal het met mij eens zijn, dat “politiek op deze manier niet dichterbij de burger komt”.
