09:54 Haaksbergen - aangepast om 09:55

Column Caro Woudstra

De sloperij

Mijn lief had de buitenspiegel van mijn bus eraf gereden en ik ging het oplossen. De verzekering was geen optie. Die hadden het met hun constructies zo geregeld dat een nieuwe spiegel mij onderaan de streep honderden euro’s zou gaan kosten.

Omdat ik niet voor een gat te vangen ben had ik een handige app waarin ik een zoekopdracht van het kapotte onderdeel uit kon zetten naar alle sloperijen in Nederland. Echt, ik kan het iedereen aanraden. Binnen een paar minuten had ik al verschillende reacties. Ik nam contact op met een van de sloperijen die nog ergens een buitenspiegel voor zes tientjes had liggen.

Het was regenachtig toen ik eraan kwam. Een houten keet verderop was het adres waar ik zijn moest. De regen die het asfalt vermengde met olie gaf een typische geur. Achter de keet lag een gigantisch veld met allemaal ‘dooie’ auto’s.

Toen ik ‘het kantoortje’ binnenstapte staarden acht paar ogen mij aan. Het hele gezelschap zat net aan de koffie en daar had ik ook wel zin in. ‘Hhmm wat ruikt die koffie lekker’ probeerde ik nog maar niemand was gevoelig voor mijn indirecte boodschap. Men had geen enkel idee wat ze met deze wildvreemde vrouw aan moesten. Aan de ‘naakte vrouwen posters’ aan de muur zag ik dat hun vrouwbeeld niet heel realistisch was. Het hok was blauw van de zware shag, de ramen beslagen en de groep zat lekker ‘coronaproof’ hutje mutje naast elkaar aan een lange kantinetafel. Om het ijs te breken zei ik dat ik gebeld had. Zonder te antwoorden stak een jonge vent die met de rug naar mij toe zat zijn hand op. ‘Loop maar met mij mee’ luidde de opdracht.

Een vrouw die de buitenspiegel eraf rijdt en dit zelf gaat oplossen hadden ze nog nooit eerder meegemaakt. ‘Mijn man heeft hem eraf gereden’ piepte ik nog maar er was niemand die mij geloofde.

Door een gangenstelsel van auto’s liepen we naar een grote hal. Aan sommige auto’s kon ik zien dat ze op een gruwelijke manier aan hun einde waren gekomen. Aan de inzittenden wilde ik al helemaal niet denken. Ik gaf een welgemeend compliment aan de jongen hoe mooi alles in de hal gesorteerd was. Zo te merken kreeg de jongen waarschijnlijk zelden een compliment want hij wist zich er geen raad mee. Samen demonteerden we de spiegel van een buitendeur en ineens stond er een enorme dikke man van meer dan twee meter lang in de hal. Hij begon te onderhandelen over een uitlaat. Ik volgde het tafereel en ik ontdekte dat deze mensen gevoelig zijn voor contant geld. Dat wist ik dan ook weer.

‘Kan ik hier pinnen?’ vroeg ik toen we weer bij de keet aangekomen waren. Dat kon. ‘Ik kan zestig euro pinnen maar ik heb hier ook nog vijftig euro contant. Wat heb je liever?’ zei ik met een stalen gezicht. ‘Doe maar vijftig contant’ zei de jongen. Hij blij en ik blij. Toch weer heel wat meer geleerd dan dat ik een belletje naar de verzekering had gedaan.

Caro