09:49 Haaksbergen - aangepast om 09:50

Column Caro Woudstra

Drie jaar

‘Weet je wel dat dit haar al drie jaar oud is?’ zegt de kapster tegen mij met een zojuist afgeknipte pluk haar in haar hand. Een verbleekte punt haar. Verbleekt en aangetast van zonnige, maar ook regen- en stormachtige  oorden waar ik allemaal geweest ben de afgelopen drie jaren. Twee tyfoons in Japan, de verschraalde bierlucht in een pub in Engeland, de Spaanse zon, gestruind door de bossen in Ierland, gevlogen in Tsjechië en België, gewapperd met paardrijden in IJsland, verbleekt op Marokkaanse zonnige hoogtes in het Atlasgebergte, de Bulgaarse ‘Indian Summer’ en het Eiffelgebergte in Duitsland gaan in gedachten aan me voorbij. Dat heb ik toch weer mooi in de pocket nu we met zijn allen even niet meer kunnen reizen. Dit plukje haar is al op zoveel plekken geweest en heeft al zoveel mensen ontmoet de afgelopen drie jaren. Bij talloze feestjes en etentjes is het al aanwezig geweest. Doorgeurd van Indische etensluchten, drank- en sigarettenrook. Maar ook van frisse shampoo als het daarna weer uitgewassen was.

Helaas was het ook aanwezig bij een aantal uitvaarten van dierbaren van wie ik de afgelopen drie jaar afscheid heb moeten nemen. Tot mijn schrik realiseer ik me dat dit er al negen zijn in drie jaar. Het toefje haar wat de kapster tussen haar vingers heeft, heeft in de ambulance gelegen, ongelukken en operaties meegemaakt, gerevalideerd en weer opgekrabbeld.

Het heeft gewapperd toen ik honderden meters boven de grond met mijn favoriete vliegsport bezig was of hoge snelheden op mijn speedbike maakte.

Onder de modder heeft het gezeten tijdens bushcraft avonturen. Doorrookt van kampvuren en doorweekt van zwemmen in zeeën en meren. Maar ook in het zwembad.

Het haar wat over drie jaar afgeknipt gaat worden zal wat minder avonturen beleefd hebben. Dat heeft wat meer voor het beeldscherm gezeten zeg maar.

Wat kan een mens toch veel meemaken in drie jaar.

‘Ik kan er nauwelijks afscheid van nemen’, zeg ik oprecht. ‘Zal ik je het maar in een potje meegeven?’ vraagt de kapster met een grote glimlach en bijna had ik ‘ja’ gezegd.

Caro