10 jun - 16:03 Haaksbergen - aangepast om 14:05

Column Caro Woudstra

Emigreren

Je kunt er prachtige televisie over maken, want bijna altijd draait het uit op een deceptie of mislukking: emigreren. Iedereen geniet nu eenmaal van andermans leed. Pas bij aankomst op de bestemming komt men erachter dat je er daadwerkelijk een andere taal moet spreken en dat het onderwijssysteem in Nederland toch net iets beter in elkaar steekt. Zomaar even een biertje drinken met je vrienden is er niet meer bij, en hoe de sociale zekerheid is geregeld? Dat merk je pas als je écht iets overkomt. Vraag je mensen waarom ze vertrekken, dan krijg je steevast dezelfde antwoorden: ‘Ik wil uit de ratrace’, ‘er zijn hier te veel regeltjes’, of ‘ik ben gewoon klaar met Nederland’. Allemaal clichés die nergens op slaan. Geloof me, ik ben inmiddels in talloze landen geweest en nergens zijn de zaken zo goed geregeld als hier. Als je weg wilt uit pure ontevredenheid, heeft dat vaak niet met het land te maken, maar met jezelf. Dat je meedoet aan die ratrace en jezelf gestrest maakt, is immers een eigen keuze. Ik sprak in coronatijd eens iemand die wilde emigreren omdat Nederland ‘te hectisch en te druk was’. In coronatijd?! Alsof de wereld toen niet stillag. Achteraf bleek (verrassing) dan ook dat het mentaal niet helemaal goed ging. Hoewel het idee aantrekkelijk klinkt om ergens anders ‘opnieuw te beginnen’, slaan de meeste landverhuizers de plank mis. Als je hier je draai niet kunt vinden, lukt dat aan de andere kant van de wereld meestal ook niet. Een groot deel van de emigranten keert vroeg of laat dan ook met hangende pootjes terug. En jawel: ineens blijken de Nederlandse zorg, het onderwijs en de sociale voorzieningen toch wel erg fijn te zijn. Ik kan de meeste goudzoekers die vertrekken dan ook niet zo serieus nemen. Maar ach, als je terugkomt kun je altijd nog zeggen: ‘Ik had dit avontuur voor geen goud willen missen’. Ook zo’n heerlijk cliché.

Caro