Column Caro Woudstra
Museumkaart
Museumbezoek vind ik leuk, maar het loopt tegenwoordig aardig in de kosten. En als ik eenmaal heb afgerekend, dan wil ik er ook alles uithalen wat eruit te halen valt. Ook als ik het eigenlijk niet leuk vind. Omdat ik me zelden tot het uiterste in een onderwerp verdiep, wandel ik regelmatig een ‘verkeerd’ museum binnen. Vervolgens dwaal ik uren langs potscherven of nietszeggende moderne kunststellages en luister ik braaf (en veel te lang) naar de uitleg van een bevlogen vrijwilliger, simpelweg omdat ik dacht dat het leuk zou zijn. Vooral de foto’s op de website waren namelijk leuk. En ik lees alles, want het entreegeld moet eruit. Zo kon het niet langer. Daarom heb ik dit jaar een Museumkaart gekocht. Elk vrij uurtje ben ik nu in een museum te vinden. Waar mijn bezoekjes voorheen een zeldzaamheid waren, houd ik me nu bezig met excessief museumbezoek. Vrolijk wandel ik in en uit, en ik richt me alleen nog maar op wat ik écht leuk vind. Soms duurt een bezoek vijf minuten, en af en toe ontvouwt zich bij binnenkomst een spontane verrassing waardoor ik uren kan verdwalen. Binnen een paar maanden had ik al een paar honderd euro bespaard. Zo was ik laatst toerist in eigen dorp en wandelde ik bij ons eigen Museum Buurtspoorweg binnen. Tot mijn verrassing mocht ik ook gratis mee met de trein. Het leek me het leukst om in de open goederenwagon te zitten, maar dat mocht natuurlijk niet. Die is bedoeld voor je fiets, die dan ook weer gratis mee mag. Op eigen risico, dat wel. Terwijl ik uit het raampje keek, zag ik mijn dorp eens van een heel andere kant. Een medewerker wist me te vertellen dat als je op tijd komt, je op een dag wel drie keer heen en weer kunt rijden. Dat zag ik mezelf nog niet direct doen, maar als je wilt, kan het. Spontaan zag ik nieuwe mogelijkheden: met de trein naar Boekelo als je daar een feestje hebt, om je aan het eind van de middag weer met de trein naar huis te laten brengen. Dit keer bleef het bij een biertje op het terras. Met een stipte dienstregeling waar de NS nog een puntje aan kan zuigen, vertrok ik die middag weer naar Haaksbergen.
Best grappig, zo’n Museumkaart.
Caro
